Welke stappen neemt de woonmaatschappij (WM VIVUS) bij huurachterstal?
Indien de huurder een huurachterstal heeft, wordt deze tijdig en nauwgezet opgevolgd volgens het debiteurenreglement van WM VIVUS.
1. Eerste herinneringsbrief
Volgens de huurovereenkomst moet de huur betaald zijn tegen de 10de van de lopende huurmaand. Als de huurder zijn huur (<= 1 maand) niet heeft betaald tegen de 10de dan wordt een eerste herinneringsbrief verstuurd met het verzoek de huur te betalen binnen de 8 kalenderdagen na postdatum en een vermelding dat de huurder steeds terecht kan bij het OCMW of CAW voor hulp.
2. Tweede herinneringsbrief
Als de huurder niet reageert op de eerste brief of de huur (<= 2 maanden) werd nog niet betaald dan krijgt de huurder bij het begin van de daaropvolgende maand een tweede herinneringsbrief met het verzoek de huur te betalen binnen de week na postdatum en vermelding dat de naam van de huurder wordt doorgegeven aan het OCMW (art 6.19 BVCW).
Elke maand bezorgt WM VIVUS een lijst van huurders met een huurachterstal hoger dan 2 maanden huur of 1000 euro.
3. Ingebrekestelling
Bij geen of gedeeltelijke betaling na het versturen van de 2 gewone brieven volgt een ingebrekestelling (<= 3 maanden huurschuld) per aangetekend schrijven en er wordt een kopie van de ingebrekestelling verstuurd naar OCMW (art 6.19 BVCW).
Tussen de gewone brieven en de ingebrekestelling onderneemt VIVUS bijkomende acties zoals bellen naar huurder, uitnodigen op kantoor, huisbezoek, …
WM VIVUS biedt ook altijd de mogelijkheid tot het afsluiten van een afbetalingsplan of de betalingstermijnen te wijzigen als persoon in begeleiding is of in collectieve schuldenregeling.
4. Procedure ten gronde
Als na ingebrekestelling de huurder geen contact nam met WM VIVUS en de huurbetalingen blijven uit wordt het dossier doorgestuurd naar een advocaat om een gerechtelijke procedure op te starten. WM VIVUS brengt de maatschappelijk werker van het OCMW hiervan op de hoogte.
WM VIVUS zal het vonnis steeds respecteren en uitvoeren.
Welke stappen neemt de woonmaatschappij (WM VIVUS) bij externe klachten rond overlast of slecht onderhoud?
1. Start procedure
Externe klachten worden enkel behandeld als deze per e-mail of per brief worden bezorgd aan WM VIVUS.
2. Eerste contact met huurder
Binnen de 5 werkdagen na ontvangst van de klacht zal WM VIVUS contact nemen met de huurder om het verhaal van de huurder te horen (voorkeur telefonisch, whatsapp, SMS, …). Indien nodig wordt er binnen de 15 werkdagen na contact met de huurder een huisbezoek gepland door WM VIVUS.
3. Afsprakenplan
Indien nodig worden er afspraken en termijnen (voorkeur binnen de 30 dagen) op papier gezet en getekend door de huurder. Bij het verstrijken van de termijn volgt een vervolgbezoek om te kijken of de afspraken werden gevolgd. De afspraken op papier worden doorgestuurd naar het OCMW bij gekende cliënten en met een akkoordverklaring van de huurder.
De melder die de klacht heeft ingediend wordt op de hoogte gesteld (voorkeur telefonisch).
4. Wijkagent en bemiddeling
Indien nodig zal WM VIVUS de (wijk)politie contacteren zodat de (wijk)politie lokale problemen en niet-dringende tussenkomsten door te bemiddelen kan behandelen.
Indien nodig zal WM VIVUS de melder doorverwijzen naar de griffie van de vrederechter om voor de burenruzie een oplossing te vinden in verzoening.
5. CAW
Bij een herhaaldelijke klacht binnen een periode van 60 dagen met zelfde onderwerp wordt er een brief verstuurd naar de huurder met melding dat het dossier wordt doorgestuurd naar het CAW om preventieve woonbegeleiding op te starten om een uithuiszetting te vermijden. Bij gekende cliënten wordt deze aanmelding naar het CAW ook doorgestuurd naar het OCMW (art. 6.19, 3° VCW).
6. Verzoening en gerechtelijke procedure
Als er nieuwe klachten blijven binnen de 60 dagen na aanmelding bij het CAW wordt er een dossier in verzoening geopend bij de vrederechter. De huurder wordt uitgenodigd om zijn verhaal te brengen. Als er geen proces-verbaal van verzoening wordt opgemaakt wordt dossier doorgestuurd naar de advocaat. De aanvraag tot ontbinding van de huurovereenkomst bij de vrederechter wordt doorgestuurd naar het OCMW (art. 6.19, 3° VCW).